skip to Main Content

Deze kleine woordenlijst bevat de termen die het vaakst gebruikt worden als men het heeft over endometriose. Wij hopen dat het u beter in staat stelt om uw operatieverslag beter te begrijpen en de niet altijd simpele woorden te begrijpen die uw gynaecoloog gebruikt.

-A- -B- -C-  -D- -E- -F- -G- -H- -I- -J- -K- -L- -M- -N- -O- -P- -Q- -R- -S- -T- -U- -V- -W- -X- -Y- -Z-

Klik op een letter om sneller naar een bepaalde term te zoeken.

-A-   

Abdomen

De buik

Abdominaal

Met betrekking tot of via de buikwand. bv. abdominale hysterectomie = hysterectomie via de buikwand

Ablatio= ablatie

Het wegnemen van een gezwel, orgaan of een deel ervan.
zie ook :  endometrium-ablatie.

Add-back therapie

Hormonale therapie (continu een progestageen al dan niet in combinatie met een oestrogeen) die wordt gegeven om de nadelige bijwerkingen van een kunstmatige postmenopauze (opgewekt met een GnRH-analoog) te voorkomen of te verminderen (bv opvliegers, botontkalking).

Adenomyosis uteri

adenomyose

adenomyose   

Syn; endometriosis interna
Endometriose in de wand van de baarmoeder, in de baarmoederspier.

Adhesies

Verklevingen. Dunne of dikke vliezen die aanwezig zijn tussen verschillende organen of tussen organen en de buikwand. Organen kunnen ook over delen van hun oppervlak aan elkaar vastgegroeid, verkleefd zijn. Verklevingen kunnen ontstaan door operaties, virale of bacteriële ontstekingen en endometriose (wat een steriele chronische ontsteking is).

Adnexa

De organen die bij de baarmoeder horen: de eileiders, eierstokken.

Adnexitis

Ontsteking van eileiders en eierstokken, links en/of rechts.

Amenorroe

Uitblijven van de menstruatie. Men onderscheidt
-primaire amenorroe, als op 16 jarige leeftijd geen spontane menstruatie is opgetreden
-secundaire amenorroe, uitblijven van de menstruatie  gedurende 6 maanden of langer.
Bij continue gebruik van de pil, een progestageen of een GnRH-agonist mogen geen vaginale bloedingen optreden en dient dus een amenorroe te bestaan.

Anti-Hormoon

Een synthetisch hormoon dat het effect van een bepaald hormonen opheft.

ART=Assisted Reproductive Technology

Geassisteerde voortplantings technieken, zoals IUI en IVF/ICSI. Hierdoor wordt de kans op een zwangerschap verhoogd in de maanden dat zo’n behandeling wordt uitgevoerd.

-B-   

Ballonmethode

zie: endometrium-ablatie

Banden van de baarmoeder

zie : ligamenten

Benigne

Goedaardig.

 -C-   

CA-125

Een klein eiwit in het bloed dat een marker is voor aandoeningen in de buikholte, met name het buikvlies. Het is niet specifiek voor, maar wel vaak verhoogd bij endometriose.

Cavum Douglasi =  “Douglas” = cul-de-sac

Vrouwelijke bekken

Vrouwelijke bekken

De naar onderen doodlopende ruimte onderin de buikholte tussen baarmoeder met bovenste deel vagina-achterwand en de endeldarm. Bij het rechtop staan is dit het diepste deel van de buikholte. Bij een retrograde menstruatie komt hier o.a. menstruatiebloed terecht;  endometriose en DIE worden hier vaak aangetroffen.

Cavum uteri

Baarmoederholte.

Cervix = baarmoederhals

Het onderste deel van de baarmoeder dat bovenin de vagina hangt en een kanaaltje bevat dat de verbinding vormt tussen de vagina en baarmoederholte.

Classificatie van endometriose

Sinds het begin van de vorige eeuw wordt gepoogd de ernst van endometriose in te delen en te relateren aan de kans op het spontaan ontstaan van een zwangerschap. De American Fertility Society (AFS) stelde in de jaren 70 een indeling op (de AFS-score) die later in de jaren 90 werd bijgesteld (revised: de r-AFS-score). Met de naamsverandering van de AFS in ASRM (American Society Reproductive Medicine) werd de naam van de score ook veranderd.

De ernst van endometriose wordt volgens de ASRM-score in vier stadia ingedeeld: I=minimaal, II=mild, III=matig en IV=ernstig. Alle stadia verlagen de kans op een zwangerschap, de ernstiger stadia meer dan de lichtere. Met endometriose in de darmwand, in de blaaswand of urineleiders wordt in de score geen rekening gehouden.

Er werden in de loop van de jaren meerdere indelingen van endometriose gemaakt. Zo poogt de ENZIAN-score een relatie te leggen tussen de ernst van de endometriose en de pijnklachten.

Climacterium

zie : de overgang.

Colon

Dikke darm.

 

Coloscopie

Een onderzoek waarbij via de anus met een flexibel instrument (de coloscoop, een 1 cm dikke slang bestaande uit glasvezels) de wand van de dikke darm tot de overgang naar de dunne darm kan worden bekeken. Hierbij wordt aandacht besteed aan het verloop, de diameter (vernauwingen, in-/uitstulpingen, impressie van buiten e.d.) en het slijmvlies (poliepen, doorbloeding, bloedingen, doorgroei van endometriose, kwaadaardigheid e.d.).

Corpus luteum = gele lichaam

Een geel gekleurd orgaantje in een eierstok (1-2 cm doorsnede) dat na een eisprong uit de wand van de gesprongen follikel ontstaat. Dit maakt oestradiol en progesteron, blijft 14 dagen functioneren, en gaat verloren als er geen zwangerschap is ontstaan. Als oestradiol en progesteron verdwijnen valt de stimulatie van het baarmoederslijmvlies weg, wordt dit afgestoten en begint de menstruatie.

Curettage

Vaginale ingreep waarbij na enig oprekken van baarmoederhalskanaal het baarmoederslijmvlies wordt weggeschrapt. Het baarmoederslijmvlies groeit in principe daarna weer aan.

Cyclus

zie : menstruatiecyclus.

Cyste

Een niet natuurlijke, vaak bolvormige holte gevuld met een vloeistof: waterig dun, slijmerig of stroperig-taai. Een endometriosecyste heeft vaak een chocolade achtige zeer taaie inhoud.

Cystoscopie

Onderzoek van de blaas waarbij via de plasbuis met een kijkbuis (cystoscoop) in de blaas wordt gekeken. Hierbij wordt aandacht besteed aan de vorm van de blaas (in-/uitstulpingen, impressie van buiten) en het slijmvlies (poliepen, doorbloeding, doorgroei van endometriose). Dit kan zowel diagnostisch als therapeutisch zijn.

-D-   

Diep Infiltrerende Endometriose = DIE

Bron: paralasfridas.wordpress.com : Deep endometriosis nodules

Ernstige vorm van endometriose waarbij endometriosehaarden 5 mm of meer ingegroeid zijn onder of door het buikvlies of de serosa van de darm. Als de DIE-haarden zich bevinden in de banden (ligamenten) van de baarmoeder, het cavum Douglasi, fornix posterior, septum rectovaginale zijn die als noduli, pijnlijk knobbels voelbaar bij het (recto)vaginaal toucher. DIE in de darmwand kan de darm vervormen, vernauwen, of afknikken waardoor problemen met de ontlasting ontstaan. DIE rond een ureter kan deze vernauwen en een nier ernstig beschadigen. Met echoscopie is eenvoudig te zien of er stuwing is van een nier. DIE is met MRI op te sporen, DIE in het kleine bekken is vaak ook met vaginale of rectale echoscopie zichtbaar te maken.

DIE kan ook voorkomen in het litteken van een keizersnede.

Disc-resectie

Verwijdering van een rond of ovaal stukje darmwand waarna dit weer word gehecht

Doorbraakbloedingen

Vaginale bloedingen tijdens het gebruik van de pil, een progestageen of oestrogeensubstitutiepreparaat. 

Douglas

zie : cavum Douglasi

Dyschezie

pijnlijke ontlasting

Dysmenorroe

Pijnlijke menstruaties.
Bij primaire dysmenorroe bestaat de menstruatiepijn al vanaf de menarche. Dit kan passen bij endometriose die zich tot DIE ontwikkelt.
Secundaire dysmenorroe ontstaat later in het leven, het kan passen bij endometriose maar ook bij een myoom, poliep of adenomyosis. 

Dyspareunie

Pijn tijdens de coïtus (geslachtsgemeenschap). Er zijn twee vormen:

  • oppervlakkige dyspareunie : pijn bij het binnenkomen van de penis.
  • diepe dyspareunie : pijn bij het doorstoten; dit komt bij endometriose en DIE voor. 

Dysurie

Pijnlijke urinelozing.

-E-

Echoscopie = ultrasound

Onderzoek met een apparaat dat geluidsgolven het lichaam instuurt en de weerkaatsingen daarvan omzet in een beeld van organen.

Echogeleide punktie

Een punktie die onder controle van echoscopie wordt uitgevoerd, bv een follikelpunktie of cystepunktie.

Eiblaasje

zie : follikel.

Endometrioom = endometriosecyste

Het typische beeld van een endometrioom is een cyste met een donkerbruin-zwarte, dik-slijmerige, taaie inhoud die op chocolade lijkt. Endometriomen zitten meestal in een of beide ovaria.
Een endometrioom is pseudocyste. Die ontstaat waarschijnlijk als gevolg van het instulpen van de schors van een eierstok waarop zich een endometriosehaard bevindt. Het oppervlak van de binnenwand van de holte die zo ontstaat, de cyste dus, is soms tot 90% bekleed met baarmoederslijmvlies. Dit groeit, produceert slijm en wordt tijdens menstruaties in die holte afgestoten. De cyste groeit in de loop van de tijd omdat het afgescheiden bloed, slijmvlies en slijm niet weg kunnen.

Endometriose

PA-diagnose : waarbij endometriumachtig weefsel (“endometrium-like tissue”) buiten de baarmoederholte wordt aangetroffen.

Klinisch gesproken is endometriose de ziekte die het gevolg is van endometriumachtig weefsel buiten de baarmoederholte: dit veroorzaakt namelijk een chronische ontsteking met verklevingen, vergroeiingen en vervorming van organen en de anatomie in het bekken met pijnklachten, bloedingsproblemen en verminderde vruchtbaarheid.

Endometriosecyste

zie: Endometrioom

Endometriosis externa

Endometriose buiten de baarmoeder. Als over endometriose wordt gesproken wordt deze vorm van endometriose bedoeld. Bijvoorbeeld: op buikvlies, eierstokken, eileiders, darmen, blaas, middenrif, longen, navel, litteken van een keizersnede e.a.

Endometriosis interna

Endometriose in de wand van de baarmoeder, de baarmoederspier.

Endometrium-like tissue

Hiermee wordt de PA-diagnose endometriose bedoeld: weefsel dat onder de microscoop zeer sterk lijkt op endometrium (=endometriumachtig weefsel) , bestaande uit stroma en klieren zoals endometrium eruit ziet., maar zich niet in de baarmoederholte bevindt. Dit weefsel gedraagt zich ook als endometrium.

Gezien het feit dat de gelijkenis van endometriose en endometrium zo groot is, en de mogelijke oorzaken van endometriose geen klinische verschillen lijken op te leveren, wordt voor het beredeneren van de logische en chronologische effecten van endometriose veelal alleen over endometrium buiten de baarmoeder gesproken.

Endosalpingeose

Adenomyose van een eileider.

Endometritis

Ontsteking van het endometrium. Deze aandoening heeft niets te maken met endometriose.

Endometrium

Baarmoederslijmvlies, een dun laagje weefsel dat de binnenkant van de baarmoederholte bekleedt. Deze laag groeit in de eerste helft van de cyclus in 14 dagen tot zo’n 5 mm dikte, rijpt daarna in de tweede helft van de cyclus uit, produceert slijm en wordt als er zich geen embryo innestelt en geen zwangerschap is ontstaan afgestoten bij de menstruatie.  Het endometrium bestaat uit steunweefsel (stroma) en oppervlakkig epitheel met klierbuizen.

Endometrium-ablatie = endometriumresectie

Ingreep waarbij het baarmoederslijmvlies verwijderd wordt met het doel dat dit niet meer aangroeit.
Er bestaan enkele technieken :

  • de ballonmethode : waarbij een ballon in de baarmoeder wordt in gebracht die met hete vloeistof wordt gevuld waardoor het baarmoederslijmvlies wordt verbrand
  • de Novasure ablatie : waarbij het baarmoederslijmvlies met behulp van bipolaire, elektrische energie wordt verschroeid;
  • de rollerball methode : waarbij tijdens hysteroscopie met een rollend balletje het baarmoederslijmvlies onder zicht wordt weggeschroeid.

Endometriumresectie

zie : endometrium-ablatie

-F-   

Fertiliteit

Vruchtbaarheid

Fibroom

Goedaardige tumor, bestaande uit bindweefsel. Komt o.a. voor in de baarmoeder, maar heeft geen verband met endometriose

Fibrose

Lokale woekering van bindweefsel, bv endometriosehaarden bestaan voor een (groot deel) uit bindweefsel, littekenweefsel.

Fimbria

Vingervormig uiteinde van de eileiders.

Follikel

Eiblaasje.
Rond de puberteit bevatten de twee eierstokken die een vrouw heeft in totaal zo’n 400.000 slapende eicellen, de primordiale follikels. Iedere maand worden een aantal eiblaasjes wakker en worden zij gevoelig voor het hormoon FSH. Daardoor kunnen zij gaan groeien. Rond de menstruatie zijn er al enkele  gegroeid tot zo’n 5 mm doorsnede. FSH stimuleert de groei verder en LH zorgt voor selectie waardoor er maandelijks maar één volledig uitrijpt en de grootste wordt: de dominante follikel. De dominante follikel is een klein ballonnetje met vocht van zo’n 20 mm doorsnede in een eierstok, waarbij het eitje zelf (doorsnede 0,1 mm) tegen de binnenwand van die follikel ligt. De dominante follikel barst onder invloed van de LH-piek waarbij het eitje los laat en vrij komt : de eisprong.

Follikelfase

De eerste helft (1e -14e  dag) van de menstruatiecyclus als gekeken wordt naar de eierstokken. In een van de eierstokken ontwikkelt zich in deze fase de dominante follikel. Deze produceert oestradiol. Dit hormoon zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies op haar beurt uitgroeit. Deze fase heet ook wel proliferatiefase als naar het baarmoederslijmvlies wordt gekeken : zie : proliferatiefase.

Follikelpunktie

Echogeleide, meestal vaginale punktie waarbij de follikels in de eierstokken worden aangeprikt en leeggezogen om eicellen te verkrijgen in het kader van IVF / ICSI.

Fornix posterior

Het achterste gewelf, hoog achterin de vagina, de omslag die de verbinding vormt tussen de baarmoederhals en het bovenste deel van de achterwand van de vagina.

FSH = follikelstimulerend hormoon

Een eiwithormoon dat door de hypofyse wordt geproduceerd, afgegeven aan het bloed en de groei van follikels in de eierstokken stimuleert. Het kan via injecties worden toegediend, bv voor IVF/ICSI.

-G-   

GnRH = Gonadotrofine Releasing Hormoon = gonadoreline = LHRH

Een klein eiwithormoon bestaande uit slechts 10 aminozuren (een decapeptide), dat in de hersenen, door de hypothalamus pulsgewijs aan de hypofysevoorkwab wordt afgegeven waardoor die op zijn beurt LH en FSH maakt en afgeeft aan het bloed voor besturing van de eierstokken.

GnRH-analoog

Een medicament (synthetisch peptide) dat sterk lijkt op GnRH.

GnRH-agonist

Een synthetisch peptide dat sterker werkt dan het natuurlijk voorkomend GnRH. Bij de start van de behandeling treedt in het bloed een LH en FSH stijging op (de flare up). Na enkele dagen gebruik dalen die LH en FSH bloedspiegels tot zeer lage waarden (downregulatie), valt de eigen menstruatiecyclus stil en treedt een amenorroe op.
Bij endometriose worden GnRH-agonisten gebruikt om de menstruatiecyclus stil te leggen en daardoor een lage oestrogeen bloedspiegel te verkrijgen, waardoor geen nieuwe endometriose meer kan ontstaan en de bestaande endometriose wordt stilgelegd. Er zijn verschillende preparaten ontwikkeld: bv leuprolide (Lucrin ®), triptoreline (Decapeptyl ®), gosereline (Zoladex ®), nafareline (Synarel ®), busereline (Suprecur ®).

GnRH-antagonist

Een synthetisch peptide dat de werking van GnRH blokkeert. Bij de start dalen de LH en FSH bloedspiegels snel tot lage waarden, bv cetrotide (Cetrorelix ®), ganirelix (Orgalutran®).

Gonadotrofines

Verzamelnaam voor de hormonen LH en FSH.

-H-   

hMG = humaan menopauzaal gonadotrofine

Uit urine van postmenopauzale vrouwen verkregen LH en FSH. In gezuiverde vorm kan dit via injecties worden toegediend voor bv IVF/ICSI.

HRT = Hormone Replacement Therapy

zie : HST 

HSG = hysterosalpingografie

zie : hysterosalpingografie

HST = Hormonale Substitutie Therapie

Behandeling met hormonen waarbij het tekort aan eigen oestrogenen en progesteron in de postmenopauze wordt aangevuld. 

Hydronefrose

Een overmatig met urine gevulde nier als gevolg van afsluiting van de urineleider. DIE kan dit veroorzaken als in het bekken een urineleider geleidelijk wordt afgeknepen. Dit kan zich zonder symptomen ontwikkelen, maar kan ook gepaard gaan met pijn in een flank of rugpijn. De functie van de nier is vaak al ernstig gestoord als de diagnose DIE wordt gesteld. Meestal herstelt de nier niet meer.

Hydrosalpinx

Een afgesloten eileider die met vocht gevuld is. Meestal is dit het gevolg van een adnexitis. 

Hypermenorroe

Toegenomen hoeveelheid bloedverlies (eventueel met stolsels) bij spontane menstruaties die met normale intervallen en een normale duur optreden.

Hypomenorroe

Afgenomen hoeveelheid bloedverlies bij spontane menstruaties die met een normale of kortere duur, maar met normale intervallen optreden.

Hysterectomie = uterusextirpatie

Verwijdering van de baarmoeder.

Hysterosalpingografie = HSG

Vaginaal onderzoek waarbij via de baarmoederhals (jodiumhoudend) contrastmiddel in de baarmoederholte wordt ingebracht om de baarmoederholte en de eileiders onder röntgendoorlichting zichtbaar te maken.

Hysteroscopie

Vaginaal onderzoek waarbij met een kijkinstrument, de hysteroscoop, via de baarmoederhals in de baarmoederholte wordt gekeken. Hysteroscopie kan therapeutisch of diagnostisch van opzet zijn.

-I-   

ICSI = Intra Cytoplasmatische Spermatozoa Injectie

zie : IVF

Immuunsysteem

Het afweersysteem van het lichaam tegen ziektekiemen (bacteriën, virussen, schimmels e.d.) en andere schadelijke invloeden. Hierin spelen o.a. lymfeklieren, witte bloedcellen en antistoffen een rol.

Implant

Endometriose implants zijn kleine endometriose-haarden op bv het peritoneum, eierstok of serosa.

In vitro onderzoek

Letterlijk: onderzoek in glas. Onderzoek in het laboratorium. 

In vivo onderzoek

Letterlijk: onderzoek in de levende situatie. Onderzoek bedoeld bij de mens, de patiënt of in proefdieren.

Inductietheorie

Een van de theorieën over het ontstaan van endometriose.

Infertiliteit

Onvruchtbaarheid.

In-situ ontwikkelingstheorie

Een van de theorieën over het ontstaan van endometriose.

Intermenstrueel bloedverlies

Wisselende hoeveelheden, meestal gering bloedverlies van wisselende duur tijdens verder normaal verlopende spontane menstruatie cyclus.

Intramusculair

In de spier (b.v. een intramusculaire injectie).

Intraveneus

In een bloedvat (b.v. een intraveneuze injectie).

IVF = In vitro fertilisatie = reageerbuisbevruchting

IVF is een behandeling die de kans op een zwangerschap tijdens die behandeling verhoogt cq normaliseert. De indicatie voor IVF is kinderwens bij een verlaagde kans op een zwangerschap als andere behandelingen niet succesvol zijn gebleken bv bij endometriose.

De IVF-behandeling bestaat uit 4 fasen:

  • hyperstimulatie : hormonale behandeling om meerdere follikels tegelijkertijd te laten groeien en uitrijpen;
  • follikelpunktie : het vaginaal, echoscopisch geleid aanprikken van de uitgerijpte follikels;
  • in vitro fertilisatie : het in het laboratorium bij elkaar brengen van eicellen en zaadcellen om embryo’s te laten ontstaan : de reageerbuisbevruchting;
  • bij een te laag aantal zaadcellen kan tot ICSI worden overgegaan om de kans op bevruchting in het laboratorium te verhogen. Bij ICSI wordt in iedere verkregen, rijpe eicel één spermatozoa ingebracht.
  • embryoplaatsing (embryotransfer) : het m.b.v. een dun slangetje via de vagina in de baarmoederholte plaatsen van een of meerdere embryo. Gezien de kans op een meerlingzwangerschap wordt meestal maar één embryo geplaatst en worden de overgebleven embryo’s ingevroren bewaard en pas later ontdooid en getransfereerd.

IUI = intra-uteriene inseminatie

zie : kunstmatige inseminatie. 

IVP = intraveneus pyelogram = IVU = intraveneus urogram

Röntgenonderzoek waarbij door intraveneus inspuiten van jodiumhoudend contraststof de nieren en de urinewegen in beeld worden gebracht.

-J-   

-K-   

Kunstmatige Inseminatie (KI)

Fertiliteitsbehandeling waarbij  sperma kunstmatig, met behulp van een spuitje en een slangetje wordt ingebracht.
KIE = kunstmatige inseminatie met het sperma van de echtgenoot (ook wel KIH = homoloog zaad genoemd)
KIP = kunstmatige inseminatie met het sperma van de partner
KID = kunstmatige inseminatie met het sperma van een donor
ICI = intra-cervicale inseminatie = het sperma wordt in het  baarmoederhalskanaal ingebracht
IUI = intra-uteriene inseminatie = het sperma wordt in de baarmoederholte ingebracht
IUI-D = IUI met sperma van een donor

-L-   

 

Laparoscoop

Een kijkbuis, dunne buis met bovenaan een camera, waarmee in de buikholte gekeken kan worden.

Laparoscopie

laparoscopie

Kijkbuisingreep, waarbij via een enkele kleine sneetjes in de buikwand in de buikholte kan worden gekeken en/of geopereerd. Dit kan dus zowel diagnostisch als therapeutisch zijn.

Laparotomie

Buikoperatie waarbij via een snede toegang tot de buikholte wordt verkregen.

LH = luteïniserend hormoon

Een eiwithormoon dat door de hypofyse-voorkwab wordt geproduceerd en afgegeven aan het bloed. De belangrijkste funkties zijn het op gang brengen van de eisprong (via de LH-piek) en de ontwikkeling van het gele lichaam. 

LHRH = Luteïniserend Hormoon Releasing Hormoon

De oude naam voor GnRH : zie : GnRH 

Ligamenten

Banden, ophangbanden. De baarmoeder heeft links en rechts enkele ophangbanden:
– lig. sacro-uterina : ophangbanden waarmee de baarmoeder ter hoogte van de baarmoederhals vast zit aan het sacrum (heiligbeen)
– lig. cardinale : ophangbanden waarmee de baarmoeder ter hoogte van baarmoederhals vast zit aan de zijkant van het bekken en bekkenbodem.
– lig. rotundum : de ronde banden : ophangbanden die vanuit de hoeken van de baarmoeder door de lieskanalen lopen en in de grote schaamlippen eindigen.

Luteale fase

De tweede helft (±14-27e dag) van de menstruatiecyclus als gekeken wordt naar de eierstokken. In een van de eierstokken bevindt zich dan het corpus luteum, het gele lichaam, een orgaantje ontstaan uit het gesprongen eiblaasje. Dit produceert oestradiol en progesteron. Deze hormonen zorgen ervoor dat het baarmoederslijmvlies geschikt gemaakt wordt voor een zwangerschap.
Deze fase heet ook wel secretiefase als naar het baarmoederslijmvlies wordt gekeken : zie : secretiefase.

-M- 

Maligne

Kwaadaardig.

Menorragie, menorrhagia

Hevige en langdurige menstruatie waarbij de menstruatie langer dan 7 dagen duurt en hevige vloeiing (al of niet met bloedstolsels) plaatsvindt. Syn; hypermenorroe.

Menstruatie

Maandelijkse bloeding.

Menstruatiecyclus

De tijd die verloopt tussen de eerste dag van twee menstruaties.

Metrectomie

Syn hysterectomie
Verouderd begrip voor uterusextirpatie; verwijdering van de baarmoeder.

Metrorragie

Syn; perte uterine
Bloeding uit baarmoeder die niet optreedt tijdens de menstruatieperiode maar op andere onregelmatige tijdstippen.

MRI (Magnetic Resonance Imaging)

Beeldvormende techniek waarbij gebruik wordt gemaakt van magneetvelden.

Myoom

Een goedaardige spierknobbel die uit de wand van de baarmoeder groeit (vleesboom).

-N-   

Nodule

Een knobbel. Bij DIE /endometriose zijn vaak nodules van enkele mm tot een enkele cm doorsnede bij vaginaal toucher voelbaar in de banden van de baarmoeder of in de fornix posterior. Het is een aanwijzing voor DIE.

NSAID = Non-Steroïdal Anti-Inflammatory Drug

zie : prostaglandinen.

-O-   

Oestradiol = E2

Het belangrijkste oestrogeen hormoon in de menstruatiecyclus. Het wordt in de eerste helft van de cyclus door de groeiende eiblaasjes geproduceerd. Het zorgt voor de groei van het baarmoederslijmvlies. Het wordt ook in de tweede helft van de cyclus gemaakt, door het gele lichaam dat dan ook progesteron produceert.

Oestrogenen

Vrouwelijke hormonen die door de eierstokken aangemaakt worden. Ze ontwikkelen de secundaire vrouwelijke geslachtskenmerken. Het belangrijkste oestrogeen is oestradiol (E2) dat een belangrijke rol speelt in de menstruatie cyclus. Er bestaan ook enkele synthetische oestrogenen, bv ethinylestradiol.

 Oligomenorroe

Spontane menstruaties die met tussenpozen van 6 weken tot 6 maanden optreden.

Onttrekkingsbloeding = withdrawal bleeding

Vaginale bloeding die optreedt als een hormonale behandeling wordt gestopt bv in de pilvrije week bij het gebruik van de pil, of als het gebruik van een progestageen wordt gestopt.

Oöcyt = ovum

Eicel.

Orale anticonceptie = oac = “de pil”

Meestal een combinatie van een synthetisch oestrogeen en progestageen in een pil, die meestal 21 dagen wordt geslikt waarna een korte 5-7 dagen pilvrije periode volgt waarin een onttrekkingsbloeding optreedt. Op deze wijze wordt de groei en uitrijping van eiblaasjes voorkomen en kan een zwangerschap niet ontstaan. Het vergeten van de pil of een te lange pilvrije periode maakt de pil onveilig. Het is mogelijk de pil continu te slikken zonder pilvrije periodes, of met pilvrije periodes die verder uit elkaar liggen, bv per 3 maanden een pilvrije week.

Ovariëctomie

Het operatief verwijderen van een eierstok. Dit kan enkelzijdig of beiderzijds worden uitgevoerd. Na verwijderen van beide ovaria treedt de postmenopauze in.

Ovarium (meervoud : ovaria)

Eierstok. De vrouwelijk geslachtsklier (gonade) waarin al bij de geboorte alle eicellen zitten die voor de voortplanting kunnen worden aangewend. Een vrouw heeft twee eierstokken, in totaal ongeveer 1 miljoen eicellen bij de geboorte. Als de menopauze optreedt zijn de eicellen op. 

Overgang = climacterium

De periode rond de laatste menstruaties van het leven, gewoonlijk rond het 52e levensjaar. In deze periode is de cyclus vaak onregelmatig.

Ovulatie

Eisprong

Eisprong

Eisprong
zie : follikel

-P-

PA-diagnose

Diagnose gesteld door de patholoog anatoom door microscopisch onderzoek van verwijderd weefsel of orgaan.

Peritoneum

Het buikvlies, een dun, doorzichtig vlies dat de buikholte bekleedt.

Pil

zie : orale anticonceptie = oac

Poliep

Een meestal goedaardig klein gezwel uitgaande van slijmvlies van bv. de baarmoeder of baarmoederhals. 

Polymenorroe

Spontane menstruaties die telkens te vroeg, binnen 3 weken optreden.

Postmenopauze

De periode na de laatste menstruatie van het leven. Bloedingen na de menopauze vereisen nader onderzoek.

Progestageen

Synthetisch hormoon met eigenschappen van progesteron.

Progesteron

Hormoon dat in de tweede helft van de cyclus door het gele lichaam wordt geproduceerd, het baarmoederslijmvlies geschikt maakt voor de innesteling van een embryo en in de zwangerschap ook een belangrijke rol speelt. “Pro gestere” betekent “voor de zwangerschap”.

Proliferatiefase

De eerste helft (1e-14e dag) van de menstruatiecyclus als gekeken wordt naar het baarmoederslijmvlies. Onder invloed van het oestradiol uit de groeiende follikels in de eierstokken groeit in deze fase het baarmoederslijmvlies uit tot zo’n 5 mm dikte.
Deze fase heet ook wel follikelfase als naar de eierstokken met groeiende follikels wordt gekeken : zie : follikelfase.

Prostaglandinen

Een groep weefselhormonen die op lokaal niveau werkzaam zijn in het reguleren van vele fysiologische processen bv bij pijn, koorts, weeën, dysmenorroe, bescherming van de maag tegen maagzuur, e.a.

Prostaglandinesynthetaseremmers remmen de productie van prostaglandines. NSAID’s doen dit, stillen pijn, maar kunnen ook maagklachten geven.

Pyosalpinx

Ophoping van pus in een afgesloten eileider, het gevolg van een eileiderontsteking.

-Q-      

-R-      

Reageerbuisbevruchting

zie : In vitro fertilisatie = IVF

Rectaal toucher = rectaal onderzoek

Inwendig onderzoek waarbij de arts met een vinger via de anus het laatste deel van de endeldarm (rectum) aftast. Hierbij wordt gevoeld naar bijvoorbeeld de aanwezigheid van endometriosehaarden. 

Rectum

Endeldarm. 

Retrograde menstruatie

Menstruatiebloed dat voor een deel via de eileiders de buikholte in loopt. Waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak van endometriose. Nog levende cellen van het baarmoederslijmvlies komen zo in de buikholte en kunnen zich daar hechten aan het buikvlies en serosa van de darm en zich tot endometriose ontwikkelen. 

Rollerball-methode

zie : endometrium ablatie.

-S- 

Salpingectomie

Het verwijderen van een eileider.

Salpingitis

Ontsteking van een eileider.

Sigmoïd

Het voorlaatste deel van de dikke darm, net boven de endeldarm. DIE komt vaak in het sigmoïd voor.

Serosa

Buitenste laag van organen in de buik, bv van de darm. Hierop kan endometriose zich ook nestelen.

Spotting

Licht bloedverlies tussen de spontane menstruaties in (intermenstrueel bloedverlies) of tijdens pil of  ander hormoongebruik (doorbraakbloedingen)

Secretiefase

De tweede helft (±14-27e dag) van de menstruatiecyclus als gekeken wordt naar het baarmoederslijmvlies. Het baarmoederslijmvlies rijpt uit, produceert slijm en zorgt voor een milieu in de baarmoederholte waarin een binnenkomend embryo kan overleven en zich kan innestelen.

Deze fase heet ook wel luteale fase als naar de eierstokken wordt gekeken:  zie : luteale fase. 

Segment-resectie

Verwijdering van een stuk (segment) van een darm, waarna de uiteinden weer aan elkaar worden gehecht en de darm weer doorgankelijk is.

Steroïdhormonen

Hormonen die afgeleid zijn van cholesterol. Zij worden in het lichaam geproduceerd door de bijnieren en gonaden (testikels of eierstokken). Bv. oestradiol, progesteron, testosteron. Van deze hormonen werden verschillende synthetische steroïdhormonen afgeleid die als medicament worden gebruikt. (bv ethinylestradiol dat in de meeste anticonceptiepillen zit; progestagenen)

Stoma

Kunstmatige uitgang van een darm (darmstoma) of nier(urostoma).
Bij een operatie wegens DIE waarbij een ziek deel van een darm wordt verwijderd kan een tijdelijk stoma worden aangelegd om de aangelegde darmnaad zonder belasting te laten genezen. Na zo’n twee maanden kan het stoma meestal weer worden opgeheven. Een stoma dat blijvend is komt bij endometriose maar zelden voor.

Een urostoma wordt aangelegd om een nier te ontlasten als de urineleider bv door endometriose afgesloten is geraakt. Het urostoma kan worden opgeheven al s de doorgankelijkheid van de urineleider is hersteld en de urine weer vrijelijk naar de blaas kan aflopen.

Subfertiliteit

Verminderde vruchtbaarheid.

-T- 

THL = transvaginale hydrolaparoscopie

Een vaginaal, onderzoek waarbij onder lokale pijnstilling via een punktie in het achterste gewelf met een kleine laparoscoop het kleine bekken kan beoordelen en de doorgankelijkheid van de eileiders kan testen.

TNF-alpha = Tumor-Necrose-Factor-alpha

Eiwit dat een rol speelt bij ontstekingen. Het speelt mogelijk een rol bij het ontstaan van endometriose.

TNF-alpha remmers

Medicijnen die de activiteit van TNF-alpha remmen, en op die manier mogelijk endometriose kunnen tegengaan.

Trombose

Vorming van een stolsel in een bloedvat.

Tuba (meervoud : tubae)

Eileider. Een kwetsbaar dun slangetje dat de verbinding vormt tussen de baarmoederholte en de buikholte. Het open einde aan de kant van de buikholte is vingervormig. Dit hangt bij een eierstok en vangt het eitje op dat bij de eisprong vrij komt. Een eitje wordt waarschijnlijk in de eileider bevrucht en rolt naar de baarmoederholte om daar in te nestelen en voor een zwangerschap te zorgen. 

Tubaplastiek

Operatie voor het herstellen van een afwijking aan de eileiders.

Tubatesten = hysterosalpingografie

Testen waarbij de toegankelijkheid en doorgankelijkheid van de eileiders wordt getest. Dit kan via röntgenonderzoek (zie : HSG), echoscopie of tijdens een operatie waarbij dan een blauwe vloeistof wordt gebruikt.

 -U- 

Ureter = urineleider

Verbindingsbuis van zo’n 30 cm lengte tussen nier en blaas waardoorheen urine van de nier naar de blaas wordt afgevoerd.

 

Uterus

baarmoeder, met vagina, eierstokken en eileiders

Baarmoeder. Dit is een holle spier waarvan de binnenwand bekleed is met baarmoederslijmvlies waarin zich een zwangerschap kan ontwikkelen.

Uterusextirpatie = hysterectomie

Verwijdering van de baarmoeder.

-V-   

Vaginaal toucher

Inwendig, bimanueel onderzoek waarbij met een-twee vingers van de ene hand in de vagina onder enige druk van de andere, uitwendige hand op de onderbuik een driedimensionaal beeld van de organen in het kleine bekken wordt verkregen. Symmetrie, beweeglijkheid en consistentie van de baarmoeder en eierstokken, onregelmatigheden ter plaatse van de blaas, vaginawanden en banden van de baarmoeder, en de pijnlijkheid geven aanwijzingen voor het bestaan van endometriose of DIE.

Vaginaal

Heeft betrekking op de schede.

Vaginale echoscopie

Vaginaal onderzoek met een echoscoop waarbij een dunne echokop in de schede wordt ingebracht. Op deze manier kunnen de organen in het kleine bekken van dichtbij in tot in detail beeld worden gebracht en afwijkingen worden opgespoord, mn de blaaswand, baarmoeder en baarmoederhals, eierstokken, wand van endeldarm en sigmoid.

-W-   

-X-   

X colon = colon-inloopfoto

Röntgenonderzoek van de dikke darm waarbij met behulp van contrastmiddel de dikke darm zichtbaar wordt gemaakt. Vooraf wordt de patiënt gelaxeerd, bij de X-colon zelf wordt contraststof via de anus ingebracht.

-Y-   

-Z-

Back To Top