skip to Main Content
fb  tw  yt  rss

Oproep: Help mee het medisch beroepsgeheim te beschermen

De Eerste Kamer bespreekt op 11 september 2018 het wetsvoorstel waarmee zorgverzekeraars inzage krijgen in medische dossiers bij een vermoeden van fraude. Hiermee wordt het medisch beroepsgeheim aan de kant geschoven voor het financiële belang van commerciële bedrijven. Dit alles om fraude op te sporen die 0,04% bedraagt van het zorgbudget. Bovendien is de fraude ook op te sporen mét behoud van het medisch beroepsgeheim.

Mocht u ook vinden dat het medisch beroepsgeheim behouden moet blijven bij het bestrijden van fraude, dan vragen we u dit voor 11 september aan de Eerste Kamerleden te laten weten.

Hieronder vindt meer informatie.

Uitholling medisch beroepsgeheim

Zorgverzekeraars hebben onder andere als taak er op te letten dat er geen fraude wordt gepleegd met zorgdeclaraties. De zorgverzekeraars hebben daarom bevoegdheden nodig om deze controle uit te voeren. Deze bevoegdheden zijn opgenomen in het wetsvoorstel dat op 11 september door de Eerste Kamer wordt besproken.

In het wetsvoorstel zit een stappenplan dat de verzekeraars moeten volgen om een vermoeden van fraude verder uit te zoeken. Als laatste stap zouden zorgverzekeraars zonder toestemming in medische dossiers van mensen mogen kijken. Dat is een grote inbreuk op het medisch beroepsgeheim.

De inzage gebeurt door mensen die niet per sé medisch geschoold zijn of zelf een medisch beroepsgeheim hebben. Dit wetsvoorstel verplicht alleen dat het “onder verantwoordelijkheid” van iemand met een medisch beroepsgeheim gebeurt. Deze persoon hoeft niet in persoon aanwezig te zijn.

De zorgverzekeraar kan de relevante gegevens uit het medisch dossier kopiëren en verder gebruiken. Zo staat ook in het wetsvoorstel, dat de medische gegevens van mensen via de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) terecht kunnen komen bij de politie, het openbaar ministerie en de belastingdienst.

Fraude in de zorg bedraagt 0,04%

De fraude waar het hier om gaat, is beperkt. Dat is bekend, omdat in de praktijk al met dit stappenplan wordt gewerkt. Volgens de laatste cijfers van Zorgverzekeraars Nederland is er in 2017 voor 27 miljoen euro aan fraude vastgesteld. De fraude wordt voor 77% door de zorgaanbieder gepleegd, voor 12% door de patiënt, 6% door zorgaanbieder en patiënt gezamenlijk en de rest door derden.

Deze fraude betreft fraude met de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg en de aanvullende verzekeringen. In totaal gaat daar ruim 70 miljard euro in om. Procentueel gezien bedraagt de vastgestelde fraude in de zorg circa 0,04%.

Inzage medisch dossier zonder toestemming voor fraude van maximaal 0,003%

Het leeuwendeel van de fraude (ten minste 77%, 20,8 miljoen) wordt door zorgverleners gepleegd. Hiervoor zal ongevraagde inzage in het medisch dossier weinig toevoegen. Als patiënten zelf niet meedoen aan de fraude, kunnen verzekeraars ook toestemming vragen om in het dossier te kijken. Sommigen zullen wellicht weigeren, maar velen zullen dan zeker mee willen werken, aangezien ze zelf geen verdachte zijn en de meeste mensen frauderende zorgverleners niet willen faciliteren.

De patiënt zelf is bij 18% (4,9 miljoen euro) van de fraude betrokken. Volgens de minister kan fraude “veelal” al worden vastgesteld zonder dat inzage in het medische dossier nodig is. Het is niet bekend welk deel van de fraude alleen kan worden vastgesteld door in het medisch dossier te kijken.

Stel dat in de helft van de gevallen inzage toch nodig is, dan wordt het het medisch beroepsgeheim geschonden om maximaal 2,5 miljoen euro oftewel 0,003% van het zorgbudget, aan fraude vast te stellen. Het opheffen van het medisch beroepsgeheim is in deze situatie duidelijk niet proportioneel.

Inzage zonder toestemming niet noodzakelijk

Inzage door zorgverzekeraars zonder toestemming is helemaal niet nodig. De zorgverzekeraars kunnen voor die laatste 2,5 miljoen namelijk aangifte doen en de zaak overdragen aan de reguliere opsporingsinstanties. In individuele gevallen kan dan de rechter gevraagd worden om inzage in het medisch dossier zonder toestemming toe te staan.

Daarnaast bestaat er nog een andere, minder ingrijpende manier om gegevens uit het medisch dossier te gebruiken om fraude vast te stellen. Sinds 1 januari 2017 zijn er afspraken tussen artsenfederatie KNMG en de opsporingsinstanties van kracht. Op basis daarvan kan bij een strafrechtelijk onderzoek naar fraude een onafhankelijke arts worden ingezet om in het medisch dossier te kijken en de conclusies, eventueel anoniem, door te geven. Dit betekent een aanzienlijk minder grote inbreuk op het medisch beroepsgeheim dan inzage door zorgverzekeraars.

Alleen met toestemming

Het is mogelijk het wetsvoorstel zo aan te passen dat het medisch beroepsgeheim zo goed mogelijk behouden blijft. Zo zou alleen mét toestemming door zorgverzekeraars in het medisch dossier gekeken mogen worden. Ook zou een arts of medisch adviseur met een beroepsgeheim de inzage ter plekke moeten leiden. De gegevens die met de inzage worden verkregen, mogen alleen anoniem verder worden verwerkt in de rapportage van de medisch adviseur. Hiermee wordt het verder verspreiden van de medische gegevens voorkomen.

Deze aanpassingen hebben geen invloed op het effectief bestrijden van fraude.

Wat zeggen anderen?

Zowel patiëntenorganisaties als beroepsverenigingen van zorgverleners zijn tegen deze onnodige uitholling van het medisch beroepsgeheim.

Artsenfederatie KNMG benadrukt dat inzage door zorgverzekeraars onnodig is geworden sinds zij het convenant met opsporingsinstanties sloten dat daarvoor een onafhankelijke arts kan worden ingezet. Onder andere de Landelijke Huisartsenvereniging en de beroepsvereniging voor zorgverleners VvAA willen dat er vooraf toestemming wordt gevraagd.

Patiëntenfederatie Nederland, die 170 patiëntenverenigingen vertegenwoordigt, vindt dat vooraf toestemming moet worden gevraagd. De federatie voerde ook een onderzoek onder Nederlandse burgers uit en concludeerde dat patiënten inzage door zorgverzekeraars moeten kunnen weigeren. Patiënten willen graag meewerken, maar daarbij willen ze wel vooraf geïnformeerd worden. “En ze willen het recht krijgen om inzage te weigeren.” Ook de Consumentenbond wil dat er vooraf toestemming wordt gevraagd.

Deskundigen vinden het inperken van het beroepsgeheim onnodig. Een onderzoek van de Erasmus Universiteit dat nota bene in opdracht van de minister zelf is uitgevoerd, concludeert dat een wetswijziging niet nodig is om fraude op te sporen. Er zijn volgens de deskundigen voldoende mogelijkheden om met behoud van het medisch beroepsgeheim fraude aan te pakken.

Wat kunt u doen?

Op 11 september bespreekt de Eerste Kamer hoe ze dit wetsvoorstel verder gaan behandelen. Laat de Eerste Kamerleden weten hoe u aankijkt tegen het medische beroepsgeheim, fraudebestrijding en de inzage zonder toestemming in medische dossiers. U kunt hiervoor de voorbeeldbrief gebruiken die u bij de veelgestelde vragen onder deze oproep op onze website aantreft. Daar vindt u ook de mailadressen naar de Eerste Kamerleden.

Meer informatie

Privacy Barometer schreef een uitgebreidere brief over dit wetsvoorstel aan Eerste Kamer. Die kunt u hier lezen.

Privacy Barometer is een particulier initiatief en volgt de ontwikkelingen over privacy binnen de politiek. Privacy Barometer publiceert actuele artikelen hierover en biedt stemwijzers in verkiezingstijd. De mensen van Privacy Barometer zijn onafhankelijk en niet (politiek) gebonden aan enige partij of beweging.

In 2016 speelde het debat over dit wetsvoorstel ook in de Eerste Kamer. Vanwege kritische vragen van de Kamerleden heeft het de afgelopen twee jaar stilgelegen. Ook toen schreven we een brief aan de eerste Kamer en plaatsten we een oproep om mee te helpen het medisch beroepsgeheim te beschermen.

Het dossier bij de Eerste Kamer over dit wetsvoorstel vindt u hier.

Back To Top