fb  tw  yt  rss

Oorzaak endometriose

Al meer dan honderd jaar wordt er gezocht naar de oorzaak van endometriose. Er zijn in de loop der tijd een aantal theorieën ontwikkeld die het ontstaan van endometriose proberen te verklaren, maar geen van deze theorieën lukt dat in alle gevallen.

In 1921 gaf Sampson het ziektebeeld van meerdere oppervlakkige, kleine met (oud) bloed gevulde laesies van het buikvlies, op eierstokken en darmoppervlak een naam : endometriose. In 1927 lanceerde hij zijn retrograde menstruatie theorie ofwel refluxtheorie als oorzaak van endometriose. Tijdens de menstruatie loopt het meeste menstruatiebloed via de vagina naar buiten, maar er kan ook wat bloed uit de baarmoeder via de eileiders de buikholte in stromen; dit heet dan retrograde menstruatie. Vrijwel alle vrouwen hebben zo nu en dan een retrograde menstruatie, dit zou daarom wel fysiologisch kunnen worden genoemd (Halme, 1984), maar de meeste krijgen geen endometriose. Er moeten dus ook andere factoren een rol spelen in het ontstaan van endometriose.

In 1965 toonde Polishuk aan dat in het retrograad in de buikholte belande menstruatiebloed levende baarmoederslijmvliescellen kunnen zitten. Deze moeten zich ook nog kunnen hechten aan het buikvlies, darmwand of eierstokken, en zich kunnen ontwikkelen tot endometriosehaarden. De retrograde menstruatietheorie van Sampson wordt samen met de factoren hechting, ingroei en ontwikkeling tot endometriose-haarden ook wel de implantatietheorie of transplantatietheorie genoemd.

Deze transplantatietheorie past ook bij endometriosehaarden die in het litteken van een keizersnede in de buikwand kunnen ontstaan. Bij een keizersnede wordt de baarmoeder via de buikwand geopend om het kind eruit te halen en kunnen cellen van het baarmoederslijmvlies in het wondgebied belanden en zich daar verder gaan ontwikkelen. Het is ook voorstelbaar dat cellen van het baarmoederslijmvlies zich via de bloedbaan of lymfebanen kunnen verspreiden, bv naar longen of hersenen. In de navel komt ook wel endometriose voor, maar hoe het daar terechtkomt is niet duidelijk.

Volgens Levander (1955) behoeven cellen van het baarmoederslijmvlies niet te hechten aan het buikvlies bij de retrograde menstruatie, maar is prikkeling van het buikvlies al voldoende om daarin endometriose te laten ontstaan. Dit is de inductietheorie. De verandering van het buikvlies heet coeloommetaplasie, in 1898 door Iwanoff beschreven.

In 1981 opperde Dmowski dat immunologische stoornissen een factor kunnen zijn in het ontstaan endometriose: het afweersysteem herkent bij endometriose blijkbaar niet dat lichaamseigen cellen op de verkeerde plaats zitten en moeten worden opgeruimd. Het afweersysteem ruimt ze dan niet op, maar kapselt ze af, zodat ze kunnen blijven leven en zich verder kunnen ontwikkelen. Dat de immunologie een rol speelt bij het ontstaan van endometriose mag ook worden verondersteld op basis van het epidemiologisch gegeven dat (auto-)immuunziektes vaker bij endometriose-patiënten voorkomen.

De kans op endometriose blijkt zeven maal verhoogd te zijn als endometriose in de familie voorkomt. Er zijn blijkbaar erfelijke factoren die bij van endometriose een rol spelen. Er werden inmiddels al vele mutaties in het genetisch materiaal in verband gebracht met endometriose.

In 2010 beschreef Signorile Müllerianosis als oorzaak van endometriose. Als er in de embryonale periode in een vrouwelijke foetus na het ontstaan van de baarmoeder uit de fusie van twee zogenaamde Müllerse buizen cellen overblijven die niet worden opgeruimd (Müllerianosis) dan zouden die vanaf de puberteit, wanneer hormonen een belangrijke rol gaan spelen, kunnen worden geactiveerd en voor endometriose zorgen. Dit heet de in-situ ontwikkelingstheorie. Deze Müllerse resten zouden ook de oorzaak kunnen zijn van endometriose bij de man; in een mannelijke foetus moeten die buizen in hun geheel worden opgeruimd, maar als dat niet gebeurt en mannen worden met vrouwelijke hormonen behandeld kan er endometriose ontstaan.

Omgevingsfactoren spelen mogelijk ook een rol. Zo worden de uiterst giftige dioxines in verband gebracht met het ontstaan van endometriose.

Endometriose lijkt van oudsher te maken te hebben met de menstruatiecyclus: bij een vroege menarche, een korte cyclus, hevige en langdurige menstruaties, geen of weinig zwangerschappen zou de kans op endometriose verhoogd zijn, de pil zou daarentegen beschermend werken.

Aangezien endometrioseweefsel eruit ziet als baarmoederslijmvlies en zich ook zo gedraagt, maar de oorzaak van endometriose niet bekend is, wordt het vaak “endometrium-like tissue” genoemd. Als er al verschillende oorzaken van endometriose mochten bestaan, dan zijn verschillen daartussen in het klinisch beeld of ten aanzien van het therapeutisch effect niet aanwezig. Het niet goed bekend zijn van de oorzaak van endometriose mag artsen er niet van weerhouden op tijd een zo goed mogelijk beleid te voeren.