fb  tw  yt  rss

Welke medicijnen worden gebruikt bij endometriose?

Er worden verschillende soorten hormonen gebruikt bij de behandeling van endometriose. Alle medicijnen zijn gericht op het beperken en onderdrukken van de symptomen. Het principe is er voor te zorgen om niet meer te menstrueren, daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden om aan pijn bestrijding te doen.

90_unknown-1_2

Hierbij maak je gebruik van medicijnen die de aanmaak van hormonen voor de opbouw van het baarmoederslijmvlies, de eisprong en de menstruatie beïnvloeden. Alle medicijnen hebben bijwerkingen, echter verschilt de ernst hiervan per medicijn en per vrouw.

De pil is een combinatie van oestrogenen en progestagenen. Voor de behandeling van endometriose heeft een pil waarin wat meer progestagenen zitten dan oestrogenen de voorkeur. De anticonceptiepil voorkomt de eisprong en de daarbij optredende hoge oestrogeenspiegel. Dit betekent dat er minder baarmoederslijmvlies wordt opgebouwd, dat de menstruaties minder hevig zijn en dat de endometriose minder actief is. Bij het doorslikken van de pil – dat wil zeggen zonder dat er een stopweek wordt ingelast – zal er zelfs geen menstruatie optreden.

Dat betekent dat de klachten aanzienlijk zullen afnemen. Het achter elkaar doorslikken van de pil zonder steeds een stopweek in te lassen kan geen kwaad. Bijverschijnselen. Soms kan bij het doorslikken van de pil tussentijds bloedverlies ontstaan.

Progestageenhormonen zijn vrouwelijke hormonen, die ongeveer een zelfde werking hebben als het natuurlijke progesteron. Ze spelen samen met oestrogeenhormonen een rol in de menstruatiecyclus. Progestageenhormonen verminderen bij endometriose de hoeveelheid van het slijmvlies buiten de baarmoeder. Voorbeelden zijn dydrogesteron, lynestrenol, medroxyprogesteron en norethisteron.

Progestativa (o.a. Duphaston®, Provera® en Orgametril®) zijn synthetische preparaten van het hormoon progesteron. Zij remmen de eirijping, de eisprong en de groei van het baarmoederslijmvlies. Het gevolg hiervan is dat de endometriosehaarden slinken en ‘opdrogen’. Het is mogelijk dat er een eisprong blijft en een menstruatie, bij de meeste vrouwen gebeurd dit niet. Over het algemeen worden er minstens één of twee bijwerkingen ervaren, deze zijn mild, maar soms zijn ze onverdraagbaar.

Bijwerkingen die bij het gebruik van Progestativa kunnen optreden zijn:

  • Depressie;
  • Borstgevoeligheid;
  • Gewichtstoename;
  • Vocht vasthouden (oedeem);
  • Opgeblazenheid;
  • Onregelmatige vaginale bloedingen;
  • Hoofdpijn;
  • Vermoeidheid;
  • Prikkelbaarheid;
  • Misselijkheid.

Een ander middel is Danazol, ook wel Danatrol® genoemd. Dit is op zich een effectief middel, maar heeft ernstige en soms onomkeerbare bijwerkingen. Volgens de Europese richtlijn schrijven artsen in Nederland en België dit middel wegens deze reden dan ook niet meer voor.

Gonadoreline (GnRH) agonisten, verminderen de aanmaak van de geslachtshormonen oestrogeen en progestageen. Hierdoor kan de groei van het baarmoederweefsel worden geremd en endometriose verminderen. Voorbeelden zijn gosereline, leuproreline, nafareline en triptoreline.

De GnRH-analogen (zoals Lucrin®, Decapeptyl® en Zoladex®) bestrijden endometriosehaarden doordat ze de eisprong en de productie van oestrogeen door de eierstokken onderdrukken. De lage oestrogeenspiegel in het lichaam zorgt ervoor dat de endometriosehaarden niet langer gestimuleerd worden om te groeien en elke maand af te breken, zodat ze langzaam slinken en ‘opdrogen’. De bijwerkingen lijken dan ook zeer op de verschijnselen die optreden tijdens de menopauze. De meest gebruikte GnRH-analogen zijn Lucrin en Zoladex. Beiden zijn verkrijgbaar in een maandelijkse of driemaandelijkse depotinjectievorm.

Een andere bijwerking is het veroorzaken van een vermindering in de dichtheid van de botten. Door middel van een botdichtheidscan (dexa-onderzoek) kan je huisarts dit goed in de gaten houden. Desondanks kan dit verlies van de botdichtheid ernstig zijn. Na of zelfs tijdens de behandeling kan het osteoporose tot gevolg hebben. Met name als je aanleg hebt om osteoporose te ontwikkelen of als je botdichtheid al beneden normaal is, is het van belang om hier extra aandacht aan te besteden. Praat daarom met je arts over de vraag of een dexa-onderzoek moet laten maken voordat je aan een behandeling begint met GnRH-analogen.

Als je voor een langere periode analogen gaat gebruiken, schrijft de arts vaak add-back therapie (door middel van het medicijn Livial) voor om de bijwerkingen van de medicatie te verminderen.

Bijwerkingen die bij het gebruik van GnRH-analogen kunnen optreden zijn:

  • Opvliegers;
  • Nachtelijk transpireren;
  • Hoofdpijn;
  • Verminderd libido;
  • Droge schede;
  • Depressie;
  • Spierpijn;
  • Verminderde borstgrootte.

Antihormonen gaan de werking van de geslachtshormonen oestrogeen en progestageen tegen. Hierdoor kan de groei van het baarmoederweefsel worden geremd en endometriose verminderen. Voorbeelden zijn danazol en gestrinon.

Uit onderzoek is gebleken dat de behandeling van alle medicijnen ongeveer gelijk is. De meest gebruikte medicijnen zijn de OAC (Orale AntiConceptiva), Progestativa en GnRH-analogen.

Vergoedingen vanuit de basisverzekering

Om te bekijken welke medicijnen vergoed worden, kijk je op www.medicijnkosten.nl. Je kunt hier de stofnaam invoeren en je betreffende medicijn opzoeken met kosten, vergoeding en uitzonderingen op deze vergoeding.

Door het ministerie van VWS is afgesproken dat de vergoeding van de anticonceptiva binnen het basispakket valt als er aan de volgende voorwaarden word voldaan!  Vergoeding Anticonceptiva

Endometriose is een aandoening die als belangrijkste symptoom pijn heeft. Deze pijn is op meerdere manieren te onderdrukken. Let er daarbij wel op dat er ook aandacht is voor de behandeling. Alleen maar pijnonderdrukking is geen oplossing. Wel kan het op een gegeven moment zo zijn dat een goede behandeling voor de endometriose niet voldoende pijnonderdrukking geeft.

 

Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?

Pijnbestrijding kan op verschillende manieren gebeuren, hieronder gaan we in op de meest voorkomende behandelingen bij endometriose patiënten.

  • Medicijnen
  • TENS
  • Pijn-programma’s

Medicijnen

Voor medicamenteuze pijnbehandeling bestaan er drie soorten pijnstillers:

  • Paracetamol
  • NSAID’s (Non-Steroïdal Anti-Inflammatory Drugs)
  • Opiaten

Tegen zenuwpijn worden ook wel middelen tegen depressie en epilepsie voorgeschreven.

Paracetamol

Paracetamol is één van de meest gebruikte pijnstillers. Het is een betrekkelijk veilig en goedkoop middel. Het heeft behalve een pijnstillende ook een koortswerende werking. Het heeft (niet zoals de NSAID’s) geen ontstekingremmende werking. Het grote voordeel van Paracetamol boven NSAID’s is dat het veel minder maagklachten geeft. Het is in allerlei vormen en doseringen verkrijgbaar. Bij volwassenen is de maximum dosis 3000 mg per dag. Men kan wel meer slikken, maar dan wordt de pijnstillende werking niet beter. Er bestaan veel combinatie-preparaten met paracetamol. In het algemeen zijn deze niet sterker werkzaam dan paracetamol alleen. Wel zijn ze vaak veel duurder.

Bijwerkingen:

Langdurig is niet aan te raden, bij langdurig gebruik van hoge doseringen Paracetamol kan onder andere leverbeschadiging optreden.


NSAID’s

Er zijn veel NSAID’s in de handel. Een aantal zijn zonder recept bij de drogist verkrijgbaar (aspirine, ibuprofen, naproxen). Deze middelen zijn chemisch afgeleid van aspirine, dat oorspronkelijk is gemaakt uit de bast van treurwilgen. Alle NSAID’s zijn behalve pijnstillend en koortswerend, ook sterk ontstekingsremmend. Door deze eigenschap worden ze veel gebruikt bij ziekten, waarbij de pijn door ontsteking wordt veroorzaakt (zoals bijvoorbeeld reuma). Het voert te ver om hier alle NSAID’s op te noemen.

Bijwerkingen:

NSAID’s kunnen ernstige bijwerkingen hebben. De bekendste is maagpijn en de kans op een maagzweer. De kans hierop neemt toe met de leeftijd, als men veel alcohol drinkt of middelen als prednison slikt. Als er tijdens het gebruik van NSAID’s maagpijn ontstaat, is het raadzaam dit aan de dokter te melden.
Andere bijwerkingen zijn de vertraagde bloedstolling (sneller blauwe plekken, wondjes blijven langer bloeden). Patiënten die antistollingsmiddelen gebruiken kunnen beter geen NSAID’s slikken. NSAID’s kunnen de nierfunctie remmen waardoor men vocht vasthoudt. Oudere mensen met een verminderde hart- of nierfunctie moeten dan ook voorzichtig zijn met het slikken van NSAID’s. Hoewel NSAID’s dus ernstige bijwerkingen hebben, zijn zij bij verstandig gebruik effectieve pijnstillers. Waar mogelijk, moet men langdurig gebruik vermijden.

Opiaten

Deze geneesmiddelen zijn afgeleid van morfine. Morfine werd vroeger uit papaverbollen gemaakt (opium). Bekende middelen zijn codeïne, tramadol, morfine, methadon, fentanyl (de pleister). Codeïne en tramadol zijn zwakke opiaten. Dat wil zeggen dat het pijnstillend effect wat minder is dan van ‘echte’ morfine. Vooral van codeïne is het pijnstillend effect gering; het wordt eigenlijk vooral gebruikt als anti-hoestmiddel. Morfine en methadon zijn sterke opiaten. Het zijn zeer sterke pijnstillers. In tegenstelling tot de bovengenoemde NSAID’s en paracetamol is er geen echte maximumdosis. In theorie kan je altijd meer pijnstilling verkrijgen door de dosis te verhogen. In de praktijk lukt dit natuurlijk niet altijd, omdat je last kunt krijgen van de bijwerkingen.


Bijwerkingen:

Er kunnen vele bijwerkingen optreden. De meest voorkomende is verstopping (obstipatie). De meeste artsen schrijven bij een opiaat dan ook meteen een laxeermiddel voor. Een andere bijwerking die bijna altijd na enkele dagen over is, is misselijkheid. Sufheid komt voor, maar kan ook een teken zijn dat de dosering te hoog is. Enige uitleg over verslaving is hier op zijn plaats. Verslaving aan morfine komt voor, maar lang niet zo veel als men denkt. Het is niet zo dat je bij gebruik van morfine altijd verslaafd wordt. Bij het overgrote deel van de patiënten blijkt het altijd mogelijk de morfine weer af te bouwen. Wel is het zo dat er gewenning optreedt. Dit betekent dat je na een periode van morfinegebruik, de tabletten niet zo maar mag stoppen. Om ontwenningsverschijnselen te voorkomen, moet je het langzaam afbouwen. Angst voor verslaving is dan ook niet terecht en mag nooit een reden zijn om géén of te weinig morfine te nemen. Tot nu toe is het gebruik van opiaten beperkt tot tijdens en na operaties en tot het behandelen van pijn bij kanker. De laatste jaren worden opiaten ook voorgeschreven aan patiënten met pijn die niet het gevolg is van kanker. Zo wordt morfine wel gegeven aan patiënten met reuma, artrose, of pijn na een beschadiging van het zenuwstelsel (bijvoorbeeld een dwarslaesie). Er bestaan vele verschillende preparaten. De meest gebruikte zijn morfine retard en de fentanyl-pleister. Morfine retard (Merknamen zijn Kapanol, MS Contin, Noceptin) is een zogenaamd depot-preparaat. Dit betekent dat de tablet, na inname, het medicament langzaam afgeeft. Het grote voordeel is dat je maar twee keer per dag een pil hoeft te slikken. Nadeel is dat een verhoging van de dosis maar langzaam effect geeft. Bij zogenaamde ‘doorbraakpijn’ moet je een sneller werkend middel nemen, bijvoorbeeld Morfine-drank. De Fentanyl-pleister (Durogesic pleister) is een pleister die op de huid geplakt wordt. In de pleister zit fentanyl, een sterk opiaat. Deze stof gaat door de huid de bloedbaan in en geeft dan een sterk pijnstillende werking. Het effect merkt je na ongeveer 12 uur; het effect duurt ongeveer drie dagen. Om de twee-drie dagen moet je een nieuwe pleister opplakken. De Fentanyl-pleister is patiëntvriendelijk, maar heeft ook als nadeel dat je bij snelle toename van pijnklachten een ander (sneller werkend) middel erbij moet nemen.

TENS is een afkorting voor Transcutane Elektrische Neuro Stimulatie. Het betekent dat het TENS-apparaatje een elektrisch stroompje afgeeft waarmee bepaalde zenuwen in de huid geprikkeld kunnen worden. TENS is een soort pijnstiller, maar neemt de oorzaak van de pijnklachten niet weg. Alleen werkt TENS op een andere wijze dan medicamenten. Langdurig gebruik van TENS is niet schadelijk. Wel kan er op de plaats van stimuleren huidirritatie ontstaan. Verder heeft TENS geen bijwerkingen.

Hoe ziet TENS eruit?
TENS is een apparaatje ter grootte van een pakje sigaretten. Je kunt het overal mee naar toenemen en ook gebruiken tijdens diverse activiteiten. Je hoeft dus niet stil te zitten of te liggen als het apparaatje gebruikt wordt. Aan het apparaatje zijn 2 (lange) kabeltjes verbonden die vastgemaakt worden aan elektrodes. Deze 2 elektrodes worden op de huid geplakt.
De elektrodes zijn meerdere malen te gebruiken. Een set van 2 elektrodes kun je ongeveer 2 weken gebruiken. De elektrodes kun je het beste op de folie op een donkere, koele plek (zoals de koelkast) bewaren. Als er (veel) haargroei is op de plaatsen waar je de elektrodes op moet plakken, dan wordt het aanbevolen de haartjes te verwijderen, door ze bijvoorbeeld af te scheren. Het effect van TENS kan namelijk negatief beïnvloedt worden door (teveel) haargroei.
Het TENS-apparaatje werkt op een oplaadbare batterij. De batterij en de oplader zitten in het TENS-koffertje. Met een volle batterij kun je meestal enkele dagen werken. De precieze duur is afhankelijk van de gebruikte stroomsterkte. De oplaadduur van de batterij is ongeveer 14 uur.
‘s Avonds na het verwijderen van de elektrodes de huid goed reinigen en vervolgens insmeren met een crème. Indien er huidirritatie ontstaat moet je dit iedere keer na het verwijderen van de elektrodes doen. Als de huidirritatie blijft, moet je stoppen met TENS.


Hoe werkt TENS?
In het lichaam zijn zowel dikke als dunne zenuwvezels te vinden. De hele dunne zenuwen zijn de pijnzenuwen. Als deze pijnzenuwen door wat voor oorzaak dan ook geprikkeld worden, geven deze pijnsignalen door aan de hersenen (je voelt pijn). Door gelijktijdig dikke zenuwen te stimuleren met TENS kan het doorgeven van de pijnsignalen geblokkeerd worden. De dikke zenuwen zijn sterker dan de pijnzenuwen. Met TENS kunnen dus de dikke zenuwen zijn sterker dan de pijnzenuwen. Met TENS kunnen dus de dikke zenuwen gestimuleerd worden, waardoor je minder pijn kunt voelen.

Hoe gebruik ik TENS?

TENS wordt via de polikliniek Pijnbestrijding voorgeschreven en vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Je krijgt voor een proefperiode van 2-4 weken een apparaatje te leen mee naar huis om uit te proberen. Blijkt het na deze periode goed te voldoen, dan krijg je een machtiging voor een eigen apparaatje dat door de ziektekostenverzekeraar thuis bezorgd wordt.

Wanneer mag ik TENS niet gebruiken?

Geadviseerd wordt om TENS niet te gebruiken bij zwangerschap, huidziekten en als je een pacemaker hebt. Voorts kan je door allergie huidirritatie krijgen op de plaats waar de elektrode(s) geplakt zijn. ‘s Nachts, als je slaapt, kan men TENS niet gebruiken, in verband met veiligheid (losraken van de kabeltjes ed).

Wanneer men wat betreft zijn pijnklachten medisch is uitbehandeld, krijgt men vaak te horen: “U moet er mee leren leven”. Dit is gemakkelijk gezegd, maar niet zo eenvoudig om te doen. Er bestaan pijnprogramma’s die tot doel hebben de gevolgen van chronische pijn te behandelen, gericht op het leren omgaan met de pijn en niet om de pijn weg te nemen.
Het doel van een pijnprogramma is zo goed mogelijk te leren functioneren ondanks de pijn. De pijn zal er dus niet door overgaan! Bij chronische pijn spelen zowel lichamelijke als sociale factoren een rol in het omgaan met pijn.

Waarschijnlijk zijn de lichamelijke factoren niet of nauwelijks (meer) te beïnvloeden. De sociale en/of psychische factoren kunnen een grote rol spelen in de beleving van de pijn. Dit wil niet zeggen dat de pijnklachten een psychische oorzaak hebben of inbeelding zijn. De psychische aspecten spelen wel mee in de pijnbeleving. Om deze beleving te doorbreken kun je in het pijnprogramma door middel van ontspanningsoefeningen en conditie oefeningen leren omgaan met de pijn. In dit programma worden ook de (eventuele) partners betrokken.

Een pijnprogramma is geen ‘wondermiddel’. Voor het slagen van het programma is eigen inzet belangrijk. De opzet is te leren ‘zinvol te leven met pijn’. Men moet dus niet verwachten dat de pijn na afloop van het programma verdwenen is. Is men nog altijd op zoek naar een behandeling die de ‘pijn wegneemt’? Dan is een pijnprogramma niets voor jou. Ook moet men zich realiseren dat zo’n programma een flinke investering vraagt. Er bestaan geen kant en klare oplossingen. Jijzelf moet werken aan veranderingen die voor jou belangrijk zijn. Dit kan voor iedereen anders zijn.

Er zijn verschillende pijnklinieken die deze programma’s aanbieden, vraag er naar bij je behandelend arts.